Damrak
Oorspronkelijk was het Damrak de naam van het rechte stuk (Een 'rak' is een recht stuk vaart) van de rivier de Amstel tussen de Plaetse (tot begin 17e eeuw de naam van de huidige Dam) en het IJ. Via een sluis bij de Plaetse stroomde het water vanuit het Rokin in het Damrak en mondde vervolgens uit in het IJ. Hier lag een deel van de oude haven van Amsterdam. Waar nu het Centraal Station ligt, stond een rij meerpalen in het IJ, waaraan grotere schepen konden afmeren. De kade, die maar aan één zijde van het water loopt, heette "Op 't Water" tot de demping zuidelijke delen van het Damrak, tussen de Dam en de Oudebrugsteeg, in 1845 en in 1883. Tussen 1845 en 1903 stond de Beurs van Zocher op de plaats, waar nu de Bijenkorf staat.
De huizen aan de Warmoesstraat tussen de Nieuwebrugsteeg en de Oudebrugsteeg staan nog met de achtergevel in het ongedempte deel van het Damrak. Bij de Guldehandsteeg, die het water verbindt met de Warmoesstraat zit in deze gevelrij nog de enig overgebleven waterstoep, waar schepen werden gelost. In dit overgebleven deel van het water (het "Natte Damrak") meren rondvaartboten af.
Twee bruggen over het Damrak, de Papenbrug (bij de Oude Kerk) en de Oude Brug, verdwenen bij de demping (De Papenbrugsteeg en Oudebrugsteeg herinneren er nog aan). De Nieuwe Brug (brug nr. 303) ligt waar de Prins Hendrikkade het Damrak kruist. Hier ligt ook een schutsluis, de Nieuwe Brugsluis.
Reactie toevoegen