De Afsluitdijk (Fries: Ofslútdyk, IPA: /’ɔ:slüdik/; West-Fries: Ofsluitdoik) is een waterkering in Nederland tussen de provincies Noord-Holland en Friesland die het IJsselmeer afsluit van de Waddenzee. Hieraan ontleent de waterkering zijn naam. De hele dijk is 32,5 km lang, het waterkerende deel ervan 30 km. De Afsluitdijk is belangrijk om een deel van Nederland tegen overstromingen te beschermen.
De Afsluitdijk is een onderdeel van de Zuiderzeewerken. In 1927 werd begonnen met de aanleg. In 1932 werd het laatste sluitgat, de Vlieter, gesloten. Een jaar later werd hij opengesteld voor het wegverkeer. Aan beide kanten van de Afsluitdijk liggen schut- en spuisluizen. Tegen Noord-Holland zijn dit de Stevinsluizen. Op Kornwerderzand, ruim 4 km van Friesland, liggen de Lorentzsluizen.
Over de Afsluitdijk loopt een verkeersweg die beide provincies met elkaar verbindt. De weg ligt niet op het hoogste punt van de dijk maar ten zuiden daarvan, waard...Lees meer
De Afsluitdijk (Fries: Ofslútdyk, IPA: /’ɔ:slüdik/; West-Fries: Ofsluitdoik) is een waterkering in Nederland tussen de provincies Noord-Holland en Friesland die het IJsselmeer afsluit van de Waddenzee. Hieraan ontleent de waterkering zijn naam. De hele dijk is 32,5 km lang, het waterkerende deel ervan 30 km. De Afsluitdijk is belangrijk om een deel van Nederland tegen overstromingen te beschermen.
De Afsluitdijk is een onderdeel van de Zuiderzeewerken. In 1927 werd begonnen met de aanleg. In 1932 werd het laatste sluitgat, de Vlieter, gesloten. Een jaar later werd hij opengesteld voor het wegverkeer. Aan beide kanten van de Afsluitdijk liggen schut- en spuisluizen. Tegen Noord-Holland zijn dit de Stevinsluizen. Op Kornwerderzand, ruim 4 km van Friesland, liggen de Lorentzsluizen.
Over de Afsluitdijk loopt een verkeersweg die beide provincies met elkaar verbindt. De weg ligt niet op het hoogste punt van de dijk maar ten zuiden daarvan, waardoor de Waddenzee vanaf de weg niet zichtbaar is. Tussen de snelweg en het hoogste punt ligt een fietspad. Op de plaats waar de Afsluitdijk werd gedicht, werd een monument opgericht; het Vlietermonument.
Tot aan de afsluiting was het IJsselmeer een zee, de Zuiderzee geheten. Na de afsluiting werd het zoute IJsselmeer een zoetwaterbekken.
In 1886 richtten enkele notabelen de Zuiderzeevereniging op die moest onderzoeken of drooglegging van de Zuiderzee haalbaar was. Ingenieur Cornelis Lely was een prominent lid en later voorzitter van deze vereniging. Hij ontwierp in 1891 zijn eerste plan voor de afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee.
In 1913, Lely was inmiddels minister van waterstaat, werd inpoldering opgenomen in het regeringsprogramma. Dit ondanks protesten vanuit de visserij. Na de watersnood van 1916 en de hongersnood van 1918 waren de geesten rijp voor het megaproject. In dat laatste jaar ging het parlement akkoord.
OntwerpfaseBij het ontwerp en de aanleg van de Afsluitdijk moest met (voor hedendaagse begrippen) tamelijk eenvoudige middelen worden gewerkt. Sluizen en dijklichamen werden eerst op schaal gebouwd en getest. [1][2] Desondanks, of juist wel daarom, is er wereldwijd nog steeds bewondering voor het vakmanschap waarmee het gedurfde project werd uitgevoerd. Het bevestigde de vooraanstaande positie van Nederland op het gebied van waterbouwwerken.
In het originele ontwerp van Lely zou de Afsluitdijk niet bij Cornwerd, maar bij Piaam aansluiten op de Friese kust.
Er was in het land de vrees dat de afdamming van de Zuiderzee zou leiden tot aanzienlijke hogere stormvloedstanden bij de dijken van Noord-Holland en Friesland. Om hier een goed beeld van te krijgen stelde Lely een staatscommissie in om dit te onderzoeken. Deze Staatscommissie Zuiderzee stond onder leiding van Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz. Lely had bewust voor een internationaal erkend wetenschapper gekozen van buiten de top van Rijkswaterstaat om zo politieke discussies hierover te vermijden.[3] De commissie berekende het effect van de Afsluitdijk met een voor die tijd zeer innovatieve rekenmethode. Zij concludeerden dat inderdaad de stormvloedhoogten langs de Friese dijken iets zouden toenemen, maar ook dat de getijslag (het verschil tussen eb en vloed) sterk zou toenemen als de dijk zou aansluiten bij Piaam. Toename van de getijslag zou de stroomsnelheden doen toenemen en de aanleg van de dijk bemoeilijken. Ook bleek de ondergrond op het geprojecteerde tracé van de Afsluitdijk niet ideaal voor de aanleg van een dijk. De commissie-Lorentz adviseerde daarom de Afsluitdijk iets noordelijker aan te leggen, waardoor de toename van de getijslag minder werd.[4]
Naast de dijk zelf was er ook de nodige bouw van twee complexen van scheepvaartsluizen en uitwateringsluizen aan beide uiteinden van de dijk. Het complex in Den Oever omvat de Stevinsluizen (vernoemd naar zoon van Simon Stevin, Hendrik Stevin, die als eerste plannen maakt tot afsluiting van de Zuiderzee) en drie series van vijf sluizen voor het lozen van het IJsselmeer in de Waddenzee; het andere complex in Kornwerderzand bestaat uit de Lorentzsluizen (vernoemd naar de natuurkundige) en twee series van vijf uitwateringsluizen, wat in totaal 25 uitwateringskolken oplevert. Het is noodzakelijk om regelmatig water uit het meer te lozen, omdat het voortdurend wordt gevoed door rivieren en beken (met name de IJssel) en polders die hun water afvoeren in het IJsselmeer.
De Afsluitdijk sluit met een knik aan op de Friese kust, om de uitstroom van het IJsselmeer te vergemakkelijken. Het sluizencomplex van Kornwerderzand watert af op de schuine geul van de Middelgronden. Het leek de ingenieurs het beste om het sluizencomplex recht op de geul te plaatsen, zodat het water in een rechte lijn kan wegstromen. Het oorspronkelijke plan werd hiertoe aangepast.
De kruinhoogte van de AfsluitdijkDe kruinhoogte van de Afsluitdijk werd oorspronkelijk bepaald op basis van onvoldoende gegevens over golfoploop. Dit bleek al snel na de eerste grote stormvloed na de voltooiing van de werken, die plaatsvond in december 1936. Tijdens de storm bereikte het water in de Waddenzee een waterstand van ongeveer een halve meter onder de kruin. Voor de kruinhoogte zoals berekend door de Staatscommissie Zuiderzee, werden voornamelijk stormvloedhoogtes gebruikt gebaseerd op stormvloeden die zich in de periode 1825-1926 hadden voorgedaan.
Volgens de voorspellingen van de commissie zou als de Zuiderzee in de periode 1825-1926 gesloten was, de hoogste waterstand 3,1 meter boven NAP bij Den Oever en ongeveer 3,4 meter aan de Friese kust. De commissie vestigde echter de aandacht op het feit dat in een zeer zeldzame en ongunstige set van omstandigheden, zelfs hogere stormvloedhoogten mogelijk waren.
De lagere waarde was gebaseerd op de veronderstelling dat golfgroei in het ondiepe gebied nabij de Friese kust zou worden verminderd. Het werd echter al in 1934 duidelijk dat deze veronderstelling onjuist was omdat de ondiepe zone niet breed genoeg was om de golfhoogte voldoende te doen verminderen. Om dit probleem aan te pakken werd een deel van het dijklichaam verwijderd en werd een berm op stormvloedniveau aangebracht, de berm verminderde de golfoploop. Ondanks deze aanpassingen bleek een storm uit 1937 dat ze onvoldoende waren, wat leidde tot een toename van de kruinhoogte tot 7,4 meter.[2]
Aanleg Amsteldiepdijk en AfsluitdijkIn juni 1920 werd het eerste deel van het werk aanbesteed: de aanleg van de 2,5 kilometer lange Amsteldiepdijk of Korte Afsluitdijk van Noord-Holland naar het eiland Wieringen. Bij dat project werd nuttige ervaring opgedaan, die later van pas kwam bij de aanleg van de Afsluitdijk.
De aanleg van de eigenlijke Afsluitdijk begon in januari 1927. Er werd gewerkt vanuit vier locaties: de beide oevers en de beide speciaal aangelegde werkeilanden Breezand en Kornwerderzand. Bij de aanleg van de 32 kilometer lange dijk werd voor het eerst keileem toegepast, dat taaier was gebleken dan zand of klei. Dit materiaal is in Noord-Nederland ruim voorhanden. Het werd hier afgezet tijdens de Saale-ijstijd en kon in de nabijheid van de aan te leggen dijk eenvoudig worden opgebaggerd. De dijk is gefundeerd op zinkstukken van gevlochten wilgentenen die werden afgezonken door er steenblokken op te deponeren.
Op 28 mei 1932, om 13:02 uur, werd de Vlieter, het laatste gat in de Afsluitdijk, gesloten. Vier maanden later, op 20 september 1932, werd de naam Zuiderzee officieel geschiedenis. Het binnendijkse deel heette voortaan IJsselmeer, het buitendijkse deel Waddenzee. Nadat de afrondende werkzaamheden waren voltooid, werd de Afsluitdijk op 25 september 1933 officieel opengesteld voor het verkeer. Victor de Blocq van Kuffeler, directeur-generaal der Zuiderzeewerken, verrichtte de openingshandeling.
De aanleg kostte ten minsten veertien mensen het leven. Deels door verdrinking, deels door andere bedrijfsongevallen.[5]
Tweede WereldoorlogAan het begin van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse inval in mei 1940, vond de Slag om de Afsluitdijk plaats. Ondanks verwoede pogingen slaagden de Duitsers er niet in de stelling bij Kornwerderzand in te nemen. Dat kwam mede door de kanonneerboot Johan Maurits van Nassau die vanaf de Doove Balg in de Waddenzee de Duitse batterij bij Kornwerderzand onder vuur nam. De Duitsers werden door de beschieting gedwongen hun artillerie terug te trekken. Het schip werd echter kort daarna door bommenwerpers bij Callantsoog tot zinken gebracht. Zeventien bemanningsleden verloren hierbij het leven.
In het Kazemattenmuseum bij Kornwerderzand is hier nog een monument voor onthuld.
Watersnood van 1953Springtij en een noordwesterstorm veroorzaakten in 1953 grote overstromingen in zuidwestelijk Nederland, België en Engeland. De Afsluitdijk kreeg het zwaar te verduren, maar hield stand. Overstromingen rond het IJsselmeer bleven daardoor uit. Nadien werd wel gezegd dat de Afsluitdijk zich in één nacht had betaald.[6]
↑ Rehbock, T, Wasserbauliche Modellversuche zur Klärung der Abflusserscheinungen beim Abschluss der Zuiderzee, Rapporten en mededeelingen betreffende de Zuiderzeewerken, nr 3. Algemeene Landsdrukkerij, (1931). ↑ a b Thijsse, J.Th., Modelproeven in het Waterbouwkundig Laboratorium te Delft betreffende sluizen en andere kunstwerken, Rapporten en mededeelingen betreffende de Zuiderzeewerken, nr 4. landsdrukkerij (1932). ↑ van der Ham, Willem, Verover mij dat land, Lely en de Zuiderzeewerken. Boom, Amsterdam (2007), p. 273. ISBN 9789085064374. ↑ Lorentz, Hendrik, Verslag van de staatscommissie benoemd bij Koninklijk Besluit van 4 juli 1918 no. 30 met opdracht te onderzoeken in hoeverre, als gevolg van de afsluiting van de Zuiderzee, ingevolge de wet van 14 juni 1918 (Staatsblad no 354) te verwachten is, dat tijdens storm hoogere waterstanden, en een grootere golfoploop, dan thans het geval is, zullen voorkomen vóór de kust van het vaste land van Noord-Holland, Friesland en Groningen, alsmede vóór de daarvoor gelegen Noordzee-eilanden. Algemeene Landsdrukkerij (1926). ↑ gedenkteken-voor-veertien-arbeiders-die-omkwamen-bij-aanleg-van-afsluitdijk www.nhnieuws.nl ↑ "Zuiderzee-provincies", de Volkskrant, 7 februari 1953, pp. 3. Geraadpleegd op 12 augustus 2020.
Reactie toevoegen