Phare de Cordouan
( Vuurtoren van Cordouan )De Vuurtoren van Cordouan (Frans: phare de Cordouan) staat op een rotseilandje nabij de Gironde, een estuarium in Frankrijk dat wordt gevormd door de samenvloeiing van de rivieren Garonne en Dordogne en uitgeeft in de Atlantische Oceaan. De vuurtoren, die ongeveer 7 km uit de kust staat, geeft de ingang van het estuarium aan en dient als oriëntatiepunt voor schepen die moeten kiezen tussen de westelijke of zuidelijke route wanneer ze het estuarium invaren.
De vuurtoren staat op het grondgebied van Le Verdon-sur-Mer, een gemeente in het departement Gironde. Dit departement maakt deel uit van de regio Nouvelle-Aquitaine. De toren is eigendom van de Franse staat maar wordt beheerd door SMIDDEST (Syndicat mixte pour le développement durable de l'estuaire de la Gironde), een unie van departementale raden uit verschillende regio's die het behoud en de duurzame ontwikkeling van de Gironde tot doel heeft.
Omdat hij de oudste nog in dienst zijnde Franse vuurtoren...Lees meer
De Vuurtoren van Cordouan (Frans: phare de Cordouan) staat op een rotseilandje nabij de Gironde, een estuarium in Frankrijk dat wordt gevormd door de samenvloeiing van de rivieren Garonne en Dordogne en uitgeeft in de Atlantische Oceaan. De vuurtoren, die ongeveer 7 km uit de kust staat, geeft de ingang van het estuarium aan en dient als oriëntatiepunt voor schepen die moeten kiezen tussen de westelijke of zuidelijke route wanneer ze het estuarium invaren.
De vuurtoren staat op het grondgebied van Le Verdon-sur-Mer, een gemeente in het departement Gironde. Dit departement maakt deel uit van de regio Nouvelle-Aquitaine. De toren is eigendom van de Franse staat maar wordt beheerd door SMIDDEST (Syndicat mixte pour le développement durable de l'estuaire de la Gironde), een unie van departementale raden uit verschillende regio's die het behoud en de duurzame ontwikkeling van de Gironde tot doel heeft.
Omdat hij de oudste nog in dienst zijnde Franse vuurtoren is, ingericht werd met een koninklijk appartement en een kapel en stijlkenmerken van de renaissance bevat, staat de toren ook bekend als le roi des phares (de koning der vuurtorens), le phare des rois (de vuurtoren der koningen) en le Versailles de la mer (het Versailles aan de zee). Sinds 2021 staat de vuurtoren op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
Omdat de gevaren voor de scheepvaart in het estuarium van de Gironde reeds in de oudheid bekend waren, is het waarschijnlijk dat monniken of kluizenaars op het rotseilandje van Cordouan vuren onderhielden. De eerste toren werd rond 1360 opgericht in opdracht van Eduard van Woodstock. Deze Engelse koning, die ook de Zwarte Prins werd genoemd en op dat moment met zijn leger de toenmalige regio van Guyenne bezette, gaf de opdracht tot het bouwen van een 16 m hoge toren die voorzien was van een platform waarop een vuur kon gestookt worden. Een kluizenaar met de naam Geoffroy de Lesparre kreeg de taak om 's nachts op deze zogenaamde Engelse toren het vuur te onderhouden. Hij was ook gemachtigd om tolgelden te vragen aan voorbijvarende schepen.
De toren van Louis de FoixToen in 1580 bleek dat het aantal scheepsrampen in het estuarium toenam omdat de toren van de Zwarte Prins in verval raakte en het vuur niet langer werd onderhouden, gaf de toenmalige koning van Frankrijk, Hendrik III, de opdracht aan architect Louis de Foix om een nieuwe vuurtoren op te richten. Dit koninklijk bevel werd door maarschalk Jacques II de Goyon de Matignon op 2 maart 1584 aan de Foix bezorgd. Oorspronkelijk was een platform voorzien met daarop een eenvoudige, uit drie bouwlagen bestaande ronde toren. In 1593 bleek dat de werkzaamheden weinig vooruitgang boekten omdat ze werden gehinderd door plaatselijke godsdienstoorlogen, problemen met de financiering en technische moeilijkheden.
In 1594 ging de Foix te rade bij Hendrik IV, de opvolger van de inmiddels overleden Hendrik III en verkreeg een financiële aanmoediging van 86.000 écu's. Met de steun van de nieuwe koning werd het project ambitieuzer. De toren eerde Hendrik IV en zijn voorganger door de aanwezigheid van een koninklijk appartement en een kapel die de katholieke geloofsovertuiging van de monarchie moest benadrukken. Het interieur van de toren werd afgewerkt met luxematerialen zoals marmer en bewerkt houtwerk en ingericht met beeldhouwwerken.
Om de werf te beschutten tegen de oceaan werd een omwalling van stenen aangelegd die onderling met een houten structuur werden verbonden. Binnen deze muren ontstond een kleine stad. Naast de verblijven die ingericht waren voor de ingenieur en zijn dertig tot vijftig arbeiders, waren er ook ateliers en werkplaatsen voor timmermannen voorzien. Bovendien stonden er ook een kalkoven, een smederij en een wagenmaker ter beschikking. Omdat de schepen die de bevoorrading verzorgden door weersomstandigheden niet altijd tijdig het eiland konden aandoen, werd er ook een aanzienlijke voorraad proviand bewaard. Brood werd zelf gebakken in broodovens. Om lasten tot aan de in aanbouw zijnde toren te brengen waren een zestal paarden voorzien die in stallen waren ondergebracht.
Na het overlijden van de Foix in 1602 werkte zijn zoon Pierre verder aan het onvoltooide bouwwerk. In 1611 zal François Beucher, de vroegere werfleider, de toren uiteindelijk afwerken. Het bouwwerk werd in die periode ook wel het achtste wereldwonder genoemd.
Verdere aanpassingen door Joseph TeulèreIn 1645 werd de lantaarn vernield door een zware storm. Deze schade werd in 1663 hersteld. In 1722 werd duidelijk dat de toren in slechte staat verkeerde door de voortdurende inwerking van het oceaanwater, de blootstelling aan de andere natuurelementen en het gebrek aan onderhoud. Omdat het vuur in het bouwwerk niet meer elke nacht brandde, nam het aantal scheepsrampen in het estuarium toe, een situatie die door zeelieden en reders werd aangeklaagd. Joseph Teulère, een ingenieur uit Bordeaux, werd aangezocht om de toren te herstellen en te verhogen. Tijdens de werkzaamheden, die duurden van 1788 tot 1790, voegde hij vier verdiepingen en een lantaarn aan de bestaande structuur toe, waardoor de toren 20 m hoger werd en zijn huidige vorm kreeg.
OnderhoudDe toren behoeft voortdurend onderhoud. In 1926 werd de torenbasis verstevigd om de inwerking van het zoute zeewater op de poreuze steen tegen te gaan. In 2005 werd een nieuwe 8 m hoge betonnen ring rond het platform aangelegd met een omtrek van 70 m. Deze ring, die onderaan een dikte heeft van 80 cm en naar boven versmalt tot 30 cm, werd volledig losstaand van het bestaande platform met 132 stalen palen in de bodem verankerd, zodat de trillingen die worden veroorzaakt door de golven zich niet kunnen voortplanten in de torensokkel. In 2010 werden er herstellingen doorgevoerd aan de daken van de lokalen die zich op de binnenplaats bevinden.
Reactie toevoegen