Tikal was een van de grootste steden van de Maya's ten tijde van de klassieke periode. De restanten van de stad bevinden zich in het departement El Petén, in het noorden van Guatemala. De inwoners van Tikal zelf noemden hun stad Yax Mutal.
De stad werd bewoond van ongeveer 400 v.Chr. tot 1000 n.Chr. en kende zijn hoogtepunt tussen 300 en 850. Tikal was een van de machtigste steden in de klassieke periode van de Mayabeschaving, maar desalniettemin heeft de stad meerdere malen nederlagen moeten ondergaan. In 378 werd zijn ahau Chak Tok Ich'aak I om het leven gebracht door de Teotihuacaanse generaal Siyah K'ak', die vervolgens een marionet op de troon zette. In 562 werd de stad verslagen door Caracol, waarmee een periode van meer dan honderd jaar begint die bekendstaat als het "Tikalhiaat", waaruit nauwelijks inscripties of monumenten bekend zijn. Het Tikalhiaat geldt in de Meso-Amerikaanse periodisering als het punt waarin de vroegklassieke periode overgaat in de ...Lees meer
Tikal was een van de grootste steden van de Maya's ten tijde van de klassieke periode. De restanten van de stad bevinden zich in het departement El Petén, in het noorden van Guatemala. De inwoners van Tikal zelf noemden hun stad Yax Mutal.
De stad werd bewoond van ongeveer 400 v.Chr. tot 1000 n.Chr. en kende zijn hoogtepunt tussen 300 en 850. Tikal was een van de machtigste steden in de klassieke periode van de Mayabeschaving, maar desalniettemin heeft de stad meerdere malen nederlagen moeten ondergaan. In 378 werd zijn ahau Chak Tok Ich'aak I om het leven gebracht door de Teotihuacaanse generaal Siyah K'ak', die vervolgens een marionet op de troon zette. In 562 werd de stad verslagen door Caracol, waarmee een periode van meer dan honderd jaar begint die bekendstaat als het "Tikalhiaat", waaruit nauwelijks inscripties of monumenten bekend zijn. Het Tikalhiaat geldt in de Meso-Amerikaanse periodisering als het punt waarin de vroegklassieke periode overgaat in de laatklassieke periode. Aan deze periode kwam een einde in 682 toen Jasaw Chan K'awiil I aan de macht kwam. Jasaw Chan K'awiil wist van Tikal een ongekend machtscentrum te maken. Tikals macht bereikte haar hoogtepunt toen Tikal in 711 zijn eeuwige rivaal Calakmul op de knieën wist te krijgen, hoewel het de controle over het zuidwestelijke Mayagebied over moest laten aan Dos Pilas. De voortdurende oorlog tussen Tikal en Calakmul en hun bondgenoten had, samen met de overbevolking van het gebied, echter geleid tot uitputting van grond en grondstoffen, waarop na 800 de Mayabeschaving ineenstortte. De laatste inscriptie in Tikal, een verwijzing naar Jasaw Chan K'awiil II, dateert uit 889.
Pas in 1848 werd Tikal herontdekt door een team Guatemalteekse ontdekkingsreizigers. De eerste grootschalige archeologische opgravingen begonnen in de jaren 50 van de 20e eeuw. Tot op heden is slechts 20% van de stad uitgegraven. Onder de uitgegraven tempels en gebouwen bevinden zich de Piramide van de Grote Jaguar en het Paleis van de Edelen. Het ceremoniële centrum van Tikal omvat daarnaast onder meer Tempel IV, Complex N, Zuid-Akropolis, Plein van de tempels, Tempel III, Complex O, Westplein, Tempel II, Grote Plein, Noord-Akropolis, Tempel V, Oostplein, Centrale Akropolis, Complex R, Complex Q, Groep F, Groep G. Samen met aartsrivaal Calakmul is Tikal een van de beste voorbeelden van Maya-architectuur in Peténstijl.
In 1955 werd het gebied rond Tikal uitgeroepen tot Nationaal Park Tikal. Het park is 576 km² groot en beslaat een deel van de volgende gemeenten: La Libertad, Flores, Melchor de Mencos, San Andrés en San José. In 1979 werd het door de UNESCO tot werelderfgoed verklaard.
In Tikal zijn sporen van vroege landbouwactiviteit gevonden die teruggaan tot 1000 v.Chr., in de midden-preklassieke periode.[1] Een cache van Mamonkeramiek daterend uit ongeveer 700-400 v.Chr. werd aangetroffen in een afgesloten chultun, een ondergrondse flesvormige voorraadkamer.[2]
Grote bouwwerken, waaronder grote piramides en platforms, werden in Tikal in de laat-preklassieke periode gebouwd en verschenen voor het eerst rond 400-300 v.Chr. Hoewel Tikal zich in die tijd ontwikkelde tot een stad van enige betekenis kon het niet tippen aan de omvang en macht van iets noordelijker gelegen steden als El Mirador en Nakbé.[1][3] In die periode maakte Tikal deel uit van de wijdverbreide Chikanelcultuur die het centrale en noordelijke Mayagebied domineerde, een regio die het gehele schiereiland Yucatán omvatte, inclusief Noord- en Oost-Guatemala en Belize.[4]
Bij twee tempels die dateren uit het einde van de Chikanelperiode waren de muren van de bovenste verdieping opgetrokken uit metselwerk dat mogelijk al een kraaggewelf vormde. De buitenmuren van een van deze tempels waren beschilderd met gedetailleerd uitgewerkte menselijke figuren tegen een met rolwerk gedecoreerde achtergrond, geschilderd in de kleuren geel, zwart, roze en rood.[5]
In de eerste eeuw na Christus werden de eerste grote koningsgraven gebouwd en begon een politieke en culturele bloeiperiode in Tikal, terwijl de voorheen zo machtige noorderburen juist in verval raakten.[1] Aan het einde van de laat-preklassieke periode begon de Izapastijl van de kustreek van de Stille Oceaan de kunst en architectuur van Tikal te beïnvloeden, zoals blijkt uit een gebroken sculptuur uit de akropolis en de eerste muurschilderingen in de stad.[6]
Vroegklassieke periodeIn het Mayalaagland is Tikal de stad die de langste periode van dynastieke heerschappij heeft gekend. Volgens de aangetroffen Mayateksten werd de dynastie gesticht door Yax Ehb Xook, mogelijk in de eerste eeuw na Christus.[7] Aan het begin van de vroegklassieke periode was de macht in de Mayaregio geconcentreerd bij Tikal en Calakmul.[8]
Tikal heeft mogelijk geprofiteerd van de instorting van grote preklassieke staten als El Mirador. In de vroegklassieke periode (250–550 n.Chr.) ontwikkelde Tikal zich snel tot de meest dynamische stad in de Mayaregio en stimuleerde de ontwikkeling van andere nabijgelegen Mayasteden.[9]
Tikal en zijn bondgenoten waren echter vaak verwikkeld in oorlogen. De aangetroffen inscripties maken melding van conflicten met andere Mayastaten als Uaxactun, Caracol, Naranjo en Calakmul. Aan het eind van de vroegklassieke periode werd Tikal verslagen door Caracol, een opkomende stadstaat die Tikals plaats als belangrijkste machtscentrum in het zuidelijke Mayalaagland overnam.[10] In het eerste deel van de vroegklassieke periode waren er vijandelijkheden tussen Tikal en het naburige Uaxactun, waarbij Uaxactun de komst van gevangenen uit Tikal registreerde.[11]
In 317 n.Chr. lijkt er een breuk te zijn ontstaan in de mannelijke lijn van troonopvolging toen Unen Bahlam een ceremonie leidde ter viering van het k'atun-einde, blijkbaar als koningin van de stad.[12]
Tikal en TeotihuacanIn 200 n.Chr. had Teotihuacan al gezantschappen in Tikal.[13]
De veertiende koning van Tikal was Chak Tok Ich'aak (Grote Jaguarpoot).[7] Chak Tok Ich'aak bouwde een paleis dat door zijn opvolgers verder werd uitgebouwd tot het de kern vormde van de Centrale Akropolis van Tikal.[14] Er is weinig bekend over Chak Tok Ich'aak, behalve dat hij op 14 januari 378 n.Chr. werd gedood. Op dezelfde dag arriveerde Siyah K'ak' ("Vuur is geboren") vanuit het westen, nadat hij eerst, op 8 januari, in El Perú, een stad ten westen van Tikal, was geweest.[7] Op Stèle 31 wordt hij "Heer van het Westen" genoemd.[15] Siyah K’ak' was waarschijnlijk een buitenlandse generaal in dienst van iemand die werd voorgesteld met een niet onder Maya's gebruikelijke hiëroglief van een speerwerper gecombineerd met een uil, een glief die echter wel bekend is van de machtige metropool Teotihuacan. Speerwerper Uil was mogelijk zelfs de heerser van Teotihuacan. Deze geregistreerde gebeurtenissen wekken sterk de indruk dat Siyah K’ak' namens Teotihuacan een invasie leidde waarbij de koning van Tikal werd verslagen, gevangen genomen en direct geëxecuteerd.[16] Siyah K'ak' lijkt daarbij te zijn geholpen door een machtige politieke factie in Tikal zelf;[17] rond de tijd waarop deze interventie plaatsvond, woonde een groep afkomstig uit Teotihuacan in Tikal, in de buurt van het "Verloren Wereld"-complex".[18] Siyah K’ak' oefende ook invloed uit op andere steden in het gebied, waaronder Uaxactun, waar hij koning werd, maar eiste de troon van Tikal niet voor zichzelf op.[1][19] Binnen een jaar was de zoon van Speerwerper Uil, Yax Nuun Ayiin I (Eerste Krokodil) geïnstalleerd als de vijftiende koning van Tikal en op 13 september 379 op de troon geplaatst terwijl hij nog een jongen was.[19][20] Hij regeerde 47 jaar als koning van Tikal en bleef een vazal van Siyah K'ak' zolang deze leefde. Het lijkt waarschijnlijk dat Yax Nuun Ayiin I een vrouw uit de verslagen Tikaldynastie huwde en zo het recht te regeren voor zijn zoon Siyaj Chan K'awiil II legitimeerde.[19]
Río Azul, een kleine plaats 100 km ten noordoosten van Tikal, werd door deze laatste veroverd tijdens het bewind van Yax Nuun Ayiin I. De stad werd een buitenpost van Tikal en beschermde deze tegen vijandige steden verder naar het noorden, en werd tevens onderdeel van de handelsroute naar de Caraïben.[21]
Hoewel de nieuwe heersers van Tikal van buitenlandse afkomst waren, integreerden hun nakomelingen snel in de Mayacultuur. Tikal werd de belangrijkste bondgenoot en handelspartner van Teotihuacan in het Mayalaagland. Na de machtsovername door Teotihuacan domineerde Tikal al snel de noordelijke en oostelijke Peténregio. Uaxactun ging samen met kleinere steden in de regio deel uitmaken van Tikals koninkrijk. Andere steden, als Bejucal en Motul de San José nabij het Meer van Petén Itzá werden vazallen van hun machtige noorderbuur. Tegen het midden van de 5e eeuw bezat Tikal een kerngebied van minstens 25 km in alle richtingen.[18]
Rond de 5e eeuw werd een uitgebreid systeem van greppels en aarden wallen gebouwd langs de noordelijke periferie van het achterland van Tikal. Deze sloten aan bij de natuurlijke linie van grote moerasgebieden ten oosten en westen van de stad, die samen een gebied van ongeveer 120 km² omvatten. Aanvankelijk werd aangenomen dat deze deel uitmaakten van een verdedigingslinie voor Tikals kernbevolking en agrarische hulpbronnen.[1] Recent onderzoek lijkt echter uit te wijzen dat de aangetroffen grondwerken vermoedelijk deel uitmaakten van een wateropvangsysteem en wellicht niet zozeer voor verdedigingsdoeleinden waren aangelegd.[22]
Tikal en CopánIn de 5e eeuw reikte Tikals macht in zuidelijk richting tot aan Copán, een stad waarvan de oprichter K'inich Yax K'uk 'Mo' duidelijk gelieerd was met Tikal.[14] Copán zelf bevond zich etnisch gezien niet in een Mayaregio en de stichting van de heersende dynastie van Copán ging vermoedelijk gepaard met een rechtstreekse interventie van Tikal.[23] K'inich Yax K'uk' Mo' kwam in december 426 aan in Copán en uit de botanalyse van zijn stoffelijk overschot blijkt dat hij zijn jeugd in Tikal heeft doorgebracht.[24] Een persoon die bekend staat als Ajaw ("Heer") K'uk' Mo' wordt in een vroege tekst in Tikal genoemd en is mogelijk dezelfde persoon.[25] Zijn graf vertoonde kenmerken van Teotihuacan en hij werd in latere portretten afgebeeld in het krijgsgewaad van Teotihuacan. Hiëroglyfische teksten verwijzen naar hem als de "Heer van het Westen", net als Siyah K’ak'.[24] Tegelijkertijd, eind 426, stichtte Copán de nabijgelegen stad Quiriguá, mogelijk met directe steun van Tikal.[23] De stichting van beide steden was mogelijk onderdeel van een poging om Tikals autoriteit uit te breiden tot aan het zuidoostelijke deel van de Mayaregio.[26] Gedurende de daaropvolgende drie eeuwen was er sprake van intensieve contacten tussen Tikal en beide zuidelijke steden.[27]
In de 6e eeuw begon een langdurige rivaliteit tussen Tikal en Calakmul, waarbij beide steden een eigen netwerk van vijandige allianties tegen elkaar vormden in een conflict dat wel eens is vergeleken met een langlopende oorlog tussen twee supermogendheden in het Mayagebied. De heersers van beide hoofdsteden hadden de titel kaloomte, een term die niet exact is vertaald, maar die bij benadering de betekenis van "opperkoning" heeft.[28]
Aan het begin van de 6e eeuw regeerde een koningin de stad. Zij staat alleen bekend als "Vrouwe van Tikal" en was zeer waarschijnlijk een dochter van Chak Tok Ich'aak II. Het lijkt erop dat ze nooit geheel zelfstandig heeft geregeerd, maar in samenwerking met mannelijke partners. De eerste was Kaloomte' B'alam, die vermoedelijk een lange carrière als generaal van Tikal had doorlopen voordat hij medeheerser werd, de 19e in de dynastieke opvolgingslijn. De Vrouwe van Tikal zelf lijkt niet te zijn meegeteld in de dynastieke nummering. Ze werd later gekoppeld aan "Vogel Klauw", waarvan wordt aangenomen dat hij de verder onbekende 20e heerser was.[29]
Laatklassieke periode TikalhiaatIn het midden van de 6e eeuw lijkt Caracol een alliantie te hebben gesloten met Calakmul en beide steden slaagden erin Tikal een zware nederlaag toe te brengen, een belangrijke historische gebeurtenis waarmee de vroegklassieke periode werd afgesloten.[30] Het "Tikalhiaat" verwijst naar een periode tussen het einde van 6e en het einde van de 7e eeuw waarin er in Tikal geen sporen zijn aangetroffen van de constructie van grote bouwwerken of van inscripties. In de tweede helft van de 6e eeuw werd de stad getroffen door een ernstige crisis waarbij er geen nieuwe stèles meer werden opgericht en er sporen waren van wijdverbreide opzettelijk toegebrachte schade aan openbare beeldhouwwerken.[31] Deze leemte in monumentale bouwactiviteit bleef lang zonder verklaring, totdat dankzij een doorbraak bij de epigrafische ontcijfering van Mayateksten kon worden vastgesteld dat de periode werd ingeluid in 562 n.Chr., toen Tikal een zware nederlaag leed in een oorlog tegen Calakmul en Caracol, een nederlaag die leidde tot de gevangenname en offering van de koning van Tikal.[1] De inscripties op het ernstig geërodeerde Altaar 21 in Caracol beschrijven hoe Tikal in april 562 deze nederlaag leed tijdens een grote oorlog.[32] Het lijkt erop dat Caracol toen een bondgenoot was van Calakmul in de langdurige rivaliteit tussen die stad en Tikal, en dat de nederlaag die ze Tikal toebrachten langdurige gevolgen had voor de stad.[14] Tikal werd niet geplunderd, maar zijn macht en invloed waren sterk afgenomen.[33] Na deze grote overwinning maakte Caracol een sterke groei door; mogelijk werd een deel van Tikals bevolking gedwongen verplaatst naar Caracol. Gedurende het Tikalhiaat zocht ten minste een van de heersers van Tikal zijn toevlucht bij Janaab' Pakal in Palenque, een stad die zelf ook leed onder Calakmuls macht.[34] Net als Caracol maakte ook Calakmul een bloeiperiode door tijdens het Tikalhiaat.[35]
Gewoonlijk gebruiken archeologen het begin van het Tikalhiaat als markeerpunt waarmee de klassieke periode in de Meso-Amerikaanse chronologie wordt onderverdeeld in de vroegklassieke (250–550 n.Chr.) en laatklassieke periode (550–830 n.Chr.).[36]
Tikal en Dos PilasIn 629 stichtte Tikal de stad Dos Pilas als een militaire buitenpost op ongeveer 110 km ten zuidwesten van Tikal, met het doel de handel langs de Pasiónrivier te beheersen.[37] In 635 werd B'alaj Chan K'awiil op vierjarige leeftijd op de troon van de nieuwe buitenpost geïnstalleerd en jarenlang was hij een loyale vazal die streed voor zijn broer, de koning van Tikal.[38] Ongeveer twintig jaar later werd Dos Pilas door Calakmul aangevallen en overtuigend verslagen. B'alaj Chan K'awiil werd gevangen genomen door de koning van Calakmul. In plaats van te worden geofferd, werd hij weer op zijn troon teruggezet, maar nu als vazal van zijn voormalige vijand.[39] In 657 viel B'alaj Chan K'awiil Tikal aan en dwong de toenmalige koning van Tikal, Nuun Ujol Chaak, tijdelijk de stad te verlaten. De eerste twee heersers van Dos Pilas bleven de Mutal-embleemglief van Tikal gebruiken, mogelijk omdat ze dachten een legitieme aanspraak op de troon van Tikal te kunnen maken. Om een nog onbekende reden werd B'alaj Chan K'awiil niet geïnstalleerd als de nieuwe heerser van Tikal, maar bleef in Dos Pilas. In 672 lanceerde Tikal een aanval tegen Dos Pilas en dwong B'alaj Chan K'awiil tot een ballingschap van vijf jaar.[40] Calakmul probeerde Tikal te omcirkelen door allianties te sluiten met bondgenoten rondom Tikal, waaronder El Perú, Dos Pilas en Caracol.[41]
In 682 kwam er een eind aan het Tikalhiaat toen Jasaw Chan K'awiil I van Tikal een gedateerd monument liet oprichten, het eerste in 120 jaar tijd, en de titel van kaloomte (opperkoning) aannam, waarna hij begon aan een reeks nieuwe bouwwerkzaamheden in Tikal. In 695 slaagde hij erin de rollen met Calakmul om te draaien toen hij de edelen van de vijandelijke stad gevangen nam en Calakmul in een langdurige periode van verval raakte waarvan de stad niet meer volledig zou herstellen. Calakmul heeft na deze zware nederlaag nooit meer een monument opgericht ter ere van een militaire overwinning.[34]
Tikal na TeotihuacanIn de 7e eeuw was de aanwezigheid van Teotihuacan in de Mayasteden verdwenen en in 700 n.Chr. was het centrum van Teotihuacan met de grond gelijk gemaakt. Desondanks bleef men in Tikal heersers afbeelden in het krijgsgewaad van Teotihuacan.[42] Jasaw Chan K'awiil I en zijn erfgenaam Yik'in Chan K'awiil zetten de vijandelijkheden tegen Calakmul en zijn bondgenoten voort en verstevigden de regionale controle op het gebied rond Tikal dat tot aan met meer van Petén Itzá reikte. Deze twee heersers waren verantwoordelijk voor veel van de indrukwekkende bouwwerken die nog steeds te zien zijn.[43]
In 738 wisselde Quiriguá —een vazal van Copán in het zuidoosten— van loyaliteit door over te lopen naar Calakmul en vervolgens Copán te verslaan, een gebeurtenis waarmee het zijn eigen onafhankelijkheid verwierf.[23] Het lijkt erop dat dit een bewuste poging van Calakmul was om Tikals belangrijkste bondgenoot in het zuiden te verzwakken.[44] Het verstoorde machtsevenwicht in het zuidelijke Mayagebied leidde tot een gestaag verval van Copán.[45]
In de 8e eeuw lieten de heersers van Tikal monumenten uit de hele stad verplaatsen naar het plein tegenover de Noord-Akropolis.[46] Tegen het einde van de 8e eeuw en het begin van de 9e eeuw nam de activiteit in Tikal af. Er werden nog steeds indrukwekkende bouwwerken gemaakt, maar er zijn niet veel hiërogliefen meer die verwijzen naar de latere heersers.[43]
Finaalklassieke periodeIn de 9e eeuw werd de regio getroffen door de ineenstorting van de klassieke Mayabeschaving, waarbij de bevolkingsaantallen plots sterk afnamen en de Mayasteden in die regio stad na stad stilvielen.[47] Door de toenemende endemische oorlogvoering in de Mayaregio concentreerde de ondersteunende bevolking van Tikal zich steeds dichter bij de stad zelf. Daardoor intensiveerde de landbouw op de beschikbare grond en dit leidde tot een versnelde milieuschade.[48] De bouwwerkzaamheden werden aan het begin van de 9e eeuw voortgezet met de bouw van Tempel 3, de laatste van de grote piramides van de stad, en de plaatsing van monumenten ter gelegenheid van de 19e k'atun in 810.[49] Het ontbreken van de traditionele viering aan het begin van de 10e bak'tun in 830 markeert het begin van een hiaat van 60 jaar, waarschijnlijk als gevolg van een instorting van de centrale politieke macht in de Tikal.[50] Tijdens dit hiaat begonnen satellietsteden als Ixlu en Jimbal, die voorheen onder controle van Tikal stonden, hun eigen monumenten op te richten waarbij lokale heersers de voorheen zo exclusieve Mutal-embleemglief gingen gebruiken, terwijl er in Tikal blijkbaar niet meer een autoriteit bestond die bij machte was dit streven naar onafhankelijkheid te onderdrukken.[43][50] In 849 werd het bezoek van Jewel K'awiil aan Seibal nog wel genoemd op een stèle in die stad, waarbij naar hem werd verwezen als de goddelijke heer van Tikal, maar zijn naam werd in geen enkele andere Mayastad op monumenten vermeld; van de eens zo grote en onomstreden macht van Tikal was niet veel meer overgebleven.[50]
Nadat Tikal en zijn achterland een piekbevolking hadden bereikt, had het reeds overbelaste milieu zwaar te lijden onder ontbossing, bodemerosie en bodemuitputting en ontstond een onhoudbare situatie die resulteerde in een snelle bevolkingsafname. Tussen 830 en 950 verliet het grootste deel van de bevolking Tikal en zijn directe omgeving en de centrale autoriteit lijkt snel te zijn ingestort.[51] Er zijn weinig aanwijzingen dat Tikal rechtstreeks werd getroffen door de endemische oorlogen die andere delen van het gebied teisterden in de finaalklassieke periode (830–950 n.Chr.), hoewel een toestroom van oorlogsvluchtelingen uit het Petexbatúngebied de problemen van het al overbelaste milieu alleen maar zal hebben verergerd.[52]
In de tweede helft van de 9e eeuw werd een poging gedaan de koninklijke macht te doen herleven in het sterk geslonken Tikal, zoals blijkt uit een stèle die Jasaw Chan K'awiil II in 869 op het Grote Plein liet plaatsen. Dit was het laatste monument dat in Tikal werd opgericht voordat de stad uiteindelijk definitief stilviel. Voormalige satellieten van Tikal, als Jimbal en Uaxactun, hielden het niet veel langer vol en bouwden hun laatste monumenten in 889. Tegen het einde van de 9e eeuw had de overgrote meerderheid van Tikals bevolking de stad verlaten, de koninklijke paleizen werden bezet door anonieme bewoners en er werden eenvoudige woningen met rieten daken gebouwd op de ceremoniële pleinen van de stad. De nieuwe bewoners blokkeerden sommige deuropeningen in de kamers van de monumentale gebouwen die ze bewoonden en lieten een mengsel van huishoudelijk afval en kapotte gebruiksvoorwerpen achter. Deze bewoners gebruikten de oude monumenten voor hun eigen rituele activiteiten, die verschilden van die van de koninklijke dynastie die ze had laten bouwen. Sommige monumenten werden vernield, anderen verplaatst. Voordat de stad definitief werd verlaten, bleek dat alle respect voor de oude heersers was verdwenen en werden de graven van de Noord-Akropolis doorzocht op jade, waarbij de eenvoudig te vinden graven werden geplunderd. Na 950 was Tikal zo goed als verlaten, hoewel er mogelijk nog een klein aantal bewoners verspreid tussen de ruïnes heeft gewoond in hutten gemaakt van vergankelijke materialen. Zelfs deze laatste bewoners verlieten de stad in de 10e of 11e eeuw, waarna het regenwoud de ruïnes opeiste in de daaropvolgende duizend jaar. Een deel van Tikals bevolking is mogelijk gemigreerd naar het merengebied in de Peténregio, dat betrekkelijk dichtbevolkt bleef, ondanks een aanzienlijke bevolkingsdaling in de eerste helft van de 9e eeuw.[51][50][52]
De meest waarschijnlijke oorzaak van de instorting van Tikal is overbevolking en agrarisch falen. Recenter paleomilieu-onderzoek in Tikals waterreservoirsysteem wijst uit dat een meteorologische droogte ook een belangrijke rol kan hebben gespeeld bij het verval van Tikal.[53] De val van Tikal raakte het hart van de klassieke Mayabeschaving, aangezien de stad, met haar eeuwenoude dynastie van heersers, meer dan duizend jaar een bepalende rol had gespeeld in het hoofse leven, de kunst en de architectuur in het Mayalaagland.[54]
Moderne geschiedenisIn 1525 passeerde de Spaanse conquistador Hernán Cortés op een afstand van enkele kilometers van de ruïnes van Tikal, maar noemde ze niet in zijn verslagen.[56] Nadat de Spaanse monnik Andrés de Avendaño begin 1696 verdwaald raakte in het regenwoud van Petén, beschreef hij een ruïne die mogelijk die van Tikal is geweest.[57]
Zoals vaak bij zeer grote oude ruïnes, is ook in dit geval de kennis over de locatie van de site nooit helemaal verloren gegaan in de regio. De lokale bevolking lijkt Tikal nooit te zijn vergeten, aangezien lokale gidsen halverwege de 19e-eeuw de eerste Guatemalteekse expedities naar de ruïnes leidden.[58] In de 17e eeuw werden over Tikal enkele verslagen uit de tweede of derde hand gepubliceerd. Deze werden aan het begin van de 19e eeuw gevolgd door de geschriften van John Lloyd Stephens (Stephens en zijn illustrator Frederick Catherwood die tijdens hun reizen van 1839-40 in de regio geruchten optekenden over een verloren stad met witte gebouwentoppen die boven de jungle uittorenden). Vanwege de afgelegen en moeilijke toegankelijke locatie bezocht geen van de ontdekkingsreizigers Tikal, totdat de Guatemalteken Modesto Méndez en Ambrosio Tut, respectievelijk de commissaris en de gouverneur van Petén, het in 1848 bezochten. De kunstenaar Eusebio Lara vergezelde hen en hun verslag werd in 1853 in Duitsland gepubliceerd.[59] In de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw volgden verschillende andere expedities om Tikal verder te onderzoeken, in kaart te brengen en te fotograferen (waaronder die van Alfred P. Maudslay in 1881-82). De eerste archeologen begonnen in de jaren 1880 met het verwijderen van vegetatie en het in kaart brengen en documenteren van de ruïnes.[58]
In 1951 werd een kleine landingsbaan aangelegd bij de ruïnes,[60] die voorheen alleen te bereiken waren met een meerdaagse tocht te voet of met muilezels door het regenwoud. In 1956 begon het Tikalproject de stad in kaart te brengen op een schaal die niet eerder was vertoond in het Mayagebied.[61] Van 1956 tot 1970 werden grote archeologische opgravingen uitgevoerd door het Tikalproject van de Universiteit van Pennsylvania.[62] Daarbij werd een groot deel van de site in kaart en werd een groot deel van de bouwwerken opgegraven en gerestaureerd.[58] Met de opgravingen onder leiding van Edwin M. Shook en later William Coe werden van 1957 tot 1969 de Noord-Akropolis en het Centrale Plein onderzocht.[63] Het Tikalproject registreerde meer dan 200 monumenten op de site.[58] In 1979 begon de Guatemalteekse regering met een archeologisch vervolgproject in Tikal, dat doorging tot 1984.[62]
Tikal en het omringende nationaal park zijn een belangrijke toeristische bezienswaardigheid geworden.[58] Op de site is een archeologisch museum gebouwd dat in 1964 werd voltooid.[64]
Filmmaker George Lucas gebruikte Tikal als filmlocatie voor de fictieve planetaire maan Yavin IV in de verhaallijn van de eerst uitgebrachte Star Wars-film, Episode IV: A New Hope, die 1977 in première ging.[65][66] EON Productions gebruikte de site in de James Bondfilm Moonraker.[67] Tempel I van Tikal stond op de achterkant van het Guatemalteekse 50 centavo-bankbiljet.[68]
↑ a b c d e f Webster 2002, p.262. ↑ Coe 1999, p.55. ↑ Coe 1999, p.73. ↑ Coe 1999, pp.73, 80. ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam c75 ↑ Coe 1999, p.78. ↑ a b c Coe 1999, p.90. ↑ Miller 1999, pp.88-9. ↑ Webster 2002, p.191. ↑ Sharer 1994, p.265. ↑ Kelly 1996, p.129. ↑ Martin & Grube 2000, p.27. ↑ The Origins & Collapse of the Preclassic Maya in the Mirador Basin - Richard Hansen at The Library of Congress (2014) ↑ a b c Webster 2002, p.192. ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam d199 ↑ Coe 1999, pp.90-1. ↑ Webster 2002, p.133. ↑ a b Drew 1999, p.201. ↑ a b c Drew 1999, p.200. ↑ Coe 1999, p.97. ↑ Drew 1999, pp.201-2 ↑ Silverstein 2009 ↑ a b c Wyllys Andrews & Fash 2005, p.407. ↑ a b Fash & Agurcia Fasquelle 2005, p.26. ↑ Looper 2003, p.37. ↑ Looper 2003, p.38. ↑ Looper 1999, p.263. ↑ Webster 2002, pp.168-9. ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam mg38-9 ↑ Miller 1999, p.89. ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam c94 ↑ Witschey & Clifford 2011, p. 313. ↑ Webster 2002, pp.192-3. ↑ a b Webster 2002, p.193. ↑ Webster 2002, p.194. ↑ Miller & Taube 1993, p.20. ↑ Salisbury et al. 2002, p.1. ↑ Salisbury et al. 2002, pp.2-3. ↑ Salisbury et al. 2002, p.2. ↑ Webster 2002, p.276. ↑ Hammond 2000, p.220. ↑ Miller 1999, p.105. ↑ a b c Webster 2002, p.263. ↑ Looper 2003, p.79. ↑ Wyllys Andrews & Fash 2005, p.408. ↑ Miller 1999, p.33. ↑ Martin & Grube 2000, pp.52-3. ↑ Webster 2002, p.340. ↑ Martin & Grube 2000, p.52. ↑ a b c d Martin & Grube 2000, p.53. ↑ a b Webster 2002, p.264. ↑ a b Webster 2002, p.273. ↑ Tamberino 2013 ↑ Webster 2002, p.274. ↑ Edwin Shook op ObitCentral.. Gearchiveerd op 28 september 2011. Geraadpleegd op 21 maart 2020. ↑ Webster 2002, pp.83-4. ↑ Jones 1998, pp. 218-219. Means 1917, p. 167. ↑ a b c d e Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam w261 ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam k139 ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam k140 ↑ Adams 2000, p.19. ↑ a b Adams 2000, p.30. ↑ Citefout: Onjuist label <ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam mg43 ↑ Coe 1967, 1988, p.10. ↑ Webster 2002, p.29. ↑ StarWars.com ↑ Moonraker Special Edition, Region 2 booklet. United Artists (2000). ↑ Banco de Guatemala.
Reactie toevoegen