Zoals de stad Vitré is ook de oude stad van Fougères een vesting in de Marches de Bretagne, het grensgebied van het hertogdom Bretagne. Fougères werd op een vooruitstekende gedeelte van een berg boven de rivier de Nançon gebouwd. In tegenstelling tot het kasteel van Vitré, is dat van Fougères echter in het dal van de rivier gebouwd. Het was oorspronkelijk door een grillige bocht van de Nançon en door moerassen omgeven en daardoor tot de uitvinding van de artillerie haast onneembaar.
De plaats ontwikkelde zich naast het kasteel, aan de oever van de Nançon. Hier kwamen watermolens die werden gebruikt voor de productie en het verven van stoffen en voor leerlooierijen. Hoger gelegen ontstond de Ville Haute. Dit stadsdeel werd grotendeels verwoest in een brand in de 18e eeuw. Bij de heropbouw mocht er voortaan enkel in steen gebouwd worden.
De stad was een strijdtoneel van de chouans tegen de republikeinse troepen tijdens de opstand in de Vendée (jaren 1790), die zich ook uitbreidde tot in Bretagne.
Vanaf 1850 kwam de industriële revolutie op gang in Fougères. De stad werd een van de meest geïndustrialiseerde van Bretagne en genoot bekendheid door haar schoenfabrieken. De fabrieken lagen vooral in de nieuwe wijk Bonabry. Vanaf de jaren 1970 verdween een groot deel van de industrie wat leidde tot werkloosheid.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Fougères zwaar gebombardeerd. Een deel van het middeleeuwse centrum ging verloren. Bij de wederopbouw werd gebruikgemaakt van moderne materialen.[1]
↑ (fr) Histoire de Fougères. chateau-fougeres.com. Gearchiveerd op 16 november 2022. Geraadpleegd op 16 november 2022.
Reactie toevoegen