भारत

India
Dey.sandip - CC BY-SA 3.0 Sudiptorana - CC BY-SA 4.0 Sharmaprakharr - CC BY-SA 4.0 Andrew Moore from Johannesburg, South Africa - CC BY-SA 2.0 TeshTesh - CC BY-SA 4.0 Jean-Pierre Dalbéra from Paris, France - CC BY 2.0 Flying Pharmacist - CC BY-SA 3.0 Kunwar Nadaan - CC0 Apadegal - CC BY-SA 3.0 Kthatapalli - CC BY-SA 4.0 Henrik Bennetsen - CC BY-SA 2.0 rohit gowaikar - CC BY-SA 2.0 Akhilan - CC BY-SA 3.0 Samir103 - CC BY-SA 4.0 IM3847 - CC BY-SA 4.0 rohit gowaikar - CC BY-SA 2.0 Ramakrishna Mission, Belur Math - CC BY-SA 3.0 Puja Rakshit - CC BY-SA 4.0 Satyadev Hirani - CC BY-SA 4.0 Shraddha Maheshwari - CC BY-SA 4.0 Arne Hückelheim 2010-09-21 12:41:53 This is a cropped in which the glare has been lessened - CC BY-SA 4.0 onkardkhandalikar - CC BY-SA 4.0 AditiVerma2193 - CC BY-SA 4.0 http://en.wikipedia.org/wiki/User_talk:Vinayreddym - Public domain Varun Shiv Kapur from New Delhi, India - CC BY 2.0 Deepak Kumar Nayak (Cuttack) - CC BY-SA 4.0 Arne Hückelheim 2010-09-21 12:41:53 This is a cropped in which the glare has been lessened - CC BY-SA 4.0 No machine-readable author provided. Deeptrivia assumed (based on copyright claims). - CC BY-SA 3.0 Iamritwikaryan - CC BY-SA 4.0 Ashwin Kumar from Bangalore, India - CC BY-SA 2.0 Arne Hückelheim 2010-09-21 12:41:53 This is a cropped in which the glare has been lessened - CC BY-SA 4.0 IM3847 - CC BY-SA 4.0 Karthik Prabhu - CC BY-SA 4.0 Gaurhav H. Atri - CC BY-SA 2.0 Meghashrimali - CC BY-SA 4.0 R Singh - CC BY 2.0 Nathsharp - CC BY-SA 4.0 Shaswat Nimesh - CC BY-SA 4.0 Gaurhav H. Atri - CC BY-SA 2.0 rohit gowaikar - CC BY-SA 2.0 Dinesh Valke from Thane, India - CC BY-SA 2.0 Lincon Mishra - CC BY-SA 3.0 AditiVerma2193 - CC BY-SA 4.0 Arne Hückelheim 2010-09-21 12:41:53 This is a cropped in which the glare has been lessened - CC BY-SA 4.0 Bimal K C from Cochin, India - CC BY 2.0 Varun Shiv Kapur from New Delhi, India - CC BY 2.0 Ananth H V - CC BY-SA 3.0 Arne Hückelheim 2010-09-21 12:41:53 This is a cropped in which the glare has been lessened - CC BY-SA 4.0 Varun Shiv Kapur from New Delhi, India - CC BY 2.0 Niskash - CC BY-SA 4.0 Gaurhav H. Atri - CC BY-SA 2.0 Swaminarayan Sanstha - CC BY-SA 3.0 Arunachal2007 - CC BY-SA 4.0 No images

Context of India

India, officieel de Republiek India (Hindi: भारत गणराज्य, Bhārat Gaṇarājya, Engels: Republic of India), is een land in Zuid-Azië. Met 1.326.093.247 (2020) inwoners heeft in april 2023 de Volksrepubliek China ingehaald en is daarmee het grootste land ter wereld naar inwonertal.

India ligt op het Indisch subcontinent en is voor het grootste deel een schiereiland, dat in het westen en zuiden grenst aan de Indische Oceaan en in het oosten aan de Golf van Bengalen. In het noorden grenst het land (van west naar oost) aan Pakistan, China (voornamelijk Tibet), Nepal, Bhutan, Myanmar en Bangladesh. Ten zuidoosten van India in de Indische Oceaan ligt de eilandstaat Sri Lanka en ten zuidwesten ervan liggen de Maldiven.

De hoofdstad is New Delhi, maar de grootste stad van het land is Mumbai. India is een federale republiek onderverdeeld in 28 staten en 8 unieterritoria (waaronder het nationaal hoofdstedelijk territorium).

More about India

Basic information
  • Currency Indiase roepie
  • Naam in eigen taal भारत
  • Calling code +91
  • Internet domain .in
  • Mains voltage 230V/50Hz
  • Democracy index 6.61
Population, Area & Driving side
  • Population 1326093247
  • Gebied 3287263
  • Driving side left
Historie
  •   Zie geschiedenis van Zuid-Azië (prehistorie-1947) en geschiedenis van de Republiek India (1947-heden) voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

    India is de bakermat van twee van de grote wereldreligies: het hindoeïsme en boeddhisme. Het land heeft door de eeuwen heen grote culturele invloed gehad op Oost- en Zuidoost-Azië. Al voor het begin van onze jaartelling dreven de Indiërs handel met dit gebied, tot in China aan toe. In Zuidoost-Azië waren de eerste grote keizerrijken op Indiase ideeën en gebruiken gebaseerd: het Khmer-rijk in hedendaags Cambodja, Srivijaya op Java en Pagan in hedendaags Myanmar en hun voorlopers zijn enkele voorbeelden.

    ...Lees meer
      Zie geschiedenis van Zuid-Azië (prehistorie-1947) en geschiedenis van de Republiek India (1947-heden) voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

    India is de bakermat van twee van de grote wereldreligies: het hindoeïsme en boeddhisme. Het land heeft door de eeuwen heen grote culturele invloed gehad op Oost- en Zuidoost-Azië. Al voor het begin van onze jaartelling dreven de Indiërs handel met dit gebied, tot in China aan toe. In Zuidoost-Azië waren de eerste grote keizerrijken op Indiase ideeën en gebruiken gebaseerd: het Khmer-rijk in hedendaags Cambodja, Srivijaya op Java en Pagan in hedendaags Myanmar en hun voorlopers zijn enkele voorbeelden.

    Prehistorie
     
    Omvang van de Indusbeschaving

    De vroegste vondsten van rotsbewerkingen in India dateren tot ongeveer 40.000 jaar geleden in het paleolithicum in Bhimbetaka in centraal India en op andere locaties. De oudste permanente nederzettingen in Zuid-Azië dateren van ongeveer 9000 jaar geleden.

    Oudheid

    Tijdens de Harappabeschaving, tussen 2600 v.Chr. en 1900 v.Chr., ontstonden de eerste steden. De ruïnes ervan zijn met name in de Indusvallei gevonden. Kenmerkend zijn de rechte straten, die laten zien dat de uitbreiding van de stad volgens een sterk centraal plan verliep. Dit werpt een dilemma op omdat er nauwelijks paleizen of andere sporen gevonden zijn van de leiders die dit gezag uitoefenden. Een ander raadsel is het mysterieuze schrift dat op potten en kleitabletten is gevonden, maar nog niet ontcijferd is.

    Waarschijnlijk ging de Harappabeschaving geleidelijk ten onder door het leeglopen van de steden. De meest waarschijnlijke oorzaak is voedselschaarste als gevolg van klimaatsverandering. Door het verdrogen van het klimaat verdween veel van het rivierwater dat nodig was om het land te bevloeien en de steden te voeden.

     
    Verspreiding van de Vedische cultuur en belangrijkste Vedische stammen of proto-staatjes tussen 1100-500 v.Chr..[1]

    De Arische beschaving, die rond 1500 v.Chr. opkwam, is vooral bekend van de overgeleverde heilige geschriften, met name de Veda's. De periode tussen 1500 en 600 v.Chr. wordt daarom wel de Vedische periode genoemd. De Ariërs waren migranten uit Centraal Azië, die kennis van het paard, veeteelt en het wiel hadden. Ze brachten een sociaal systeem mee met aparte kasten voor priesters en krijgers. De Veda's bevatten veel verwijzingen naar strijd met stammen, die een andere religie en taal hadden - de oorspronkelijke bevolking. Dit laat zien dat de verspreiding van de Ariërs soms gewapenderhand ging, en er een belangrijk onderscheid gemaakt werd tussen de veroveraars en de oorspronkelijke bevolking. Met hun paarden en strijdwagens hadden de Ariërs een militair overwicht over de oorspronkelijke bevolking. Ze leerden echter ook van de lokale stammen - zo kenden ze aanvankelijk geen sedentaire landbouw of pottenbakkerij. Voor boeren en handelaren ontstonden aparte kasten, lager dan de krijgers en priesters van de stam maar hoger dan buitenstaanders.

    Dit rigide sociale systeem groeide geleidelijk uit tot het hindoeïstische kastenstelsel. Dankzij aanpassing aan het sedentaire bestaan kwam in de van oorsprong nomadische Arische stam meer voedsel beschikbaar. Daarom kon de stam meer priesters en krijgers onderhouden. De macht van de leider werd niet langer in vee uitgedrukt, maar in land. In de Vedische godsdienst was het ritueel van groot belang, met name het offerritueel. Dergelijke rituelen voorzagen en bevestigden de prominente rol van de krijgers en leiders (kshatriya's). De priesters (brahmanen) hadden het alleenrecht op het uitvoeren van rituelen en het doorgeven van de heilige teksten. Ze verwierven daardoor een grote machtspositie binnen de stam.

     
    Deze straatartiest in Tamil Nadu speelt een rol in de Mahabharata, uitgevoerd in de toneelvorm therukoothu. Therukoothu gebruikt zang, dans, en felle contrasterende kleuren schmink en kleding. Mogelijk wordt deze vorm van toneel al sinds het begin van de christelijke jaartelling gebruikt om de bevolking van het zuiden van India in te lichten over de Vedische mythologie.

    In de eerste eeuwen van het eerste millennium v.Chr. verspreidde de Arische cultuur zich vanuit het noordwesten over het noorden van India. De Veda's scheppen een beeld van constante conflicten met zowel de oorspronkelijke bevolking als andere Arische stammen. Geleidelijk verspreidden de Ariërs zich naar het oosten over de Gangesvlakte. Aan het einde van de Vedische periode (vanaf 500 v.Chr.) vond verdere verspreiding plaats naar het zuiden, Sri Lanka, en Zuidoost-Azië. Tegelijkertijd vond een geleidelijke groei van de stamgebieden plaats. Aanvankelijk heerste de leider over een klein gebiedje, dat toebehoorde aan de stam.

    De Veda's bestaan uit religieuze hymnen over God(en), spirituele filosofie, het universum, de natuur, en de juiste levenswijze. Deze teksten zijn de bakermat geweest voor het hindoeïsme en de Indiase cultuur en taal. De Veda's en andere geschriften werden aanvankelijk mondeling doorgegeven in het Sanskriet en pas aan het einde van de Vedische periode op schrift gesteld, toen de taal onder de bevolking niet langer gesproken werd. Naast de Veda's zijn met name de twee grote epen, de Mahabharata en Ramayana van grote invloed. Terugkomende thema's zijn het ideaal van rechtvaardig koningschap, het nemen van beslissingen die in lijn met het dharma vallen, en de trouw van vrouwen aan hun echtgenoot.

    De Late Vedische periode (rond 800-500 v.Chr.) zag de vorming van de eerste grotere rijken in het noorden van India. Daarmee verband houdend ontstonden (opnieuw) ook de eerste steden in het gebied. Wegens de constante oorlogen en conflicten waren deze steden van grote verdedigingsmuren en forten voorzien - ze boden daarin een sterk contrast ten opzichte van de steden van de Harappabeschaving. In de 5e of 4e eeuw v.Chr. deed ook het schrift opnieuw zijn intrede.[2] De migratie naar het zuiden en oosten en de ontginning van de jungle van het oostelijke Gangesbekken waren in de 5e eeuw v.Chr. zo ver gevorderd dat zestien grotere rijken waren ontstaan, de zogenaamde "mahajanapada's". De macht in sommige rijken was in handen van een koning, terwijl andere als tribale oligarchie in stamverband (gana-sangha) werden bestuurd.

    Klassieke periode

    De klassieke periode (ongeveer 500 v.Chr. - 500 n.Chr.) zag de opbloei van rationele wetenschap en filosofie. Het Sanskriet werd door het werk van taalkundigen als Panini gestandaardiseerd, waardoor de Vedische teksten konden worden opgeschreven en vastgelegd. Er kwamen echter ook reactionaire religieuze stromingen op, die haaks stonden op de magie van de Vedische offergodsdienst en de mystiek van latere Vedische teksten als de Upanishads. De rol van de brahmanen (priesters) werd door deze stromingen niet langer erkend en het kastenstelsel werd afgewezen. In plaats daarvan stond de zoektocht van het individu naar moksha (verlossing uit de cyclus van sterven en wedergeboorte) centraal. De twee belangrijkste vertegenwoordigers hiervan waren Gautama Boeddha, de stichter van het boeddhisme, en Mahavira, de stichter van het jainisme. Deze religies vonden een dankbaar gevolg onder de nieuwe stedelijke elite van handelaren en ambachtslieden. Ook de vorsten en stamleiders sponsorden kloosters en tempels, die fungeerden als centra van wetenschap en kennis. Tijdens het hoogtepunt (rond het begin van de christelijke jaartelling) konden de grootste boeddhistische kloosters duizenden monniken en nonnen herbergen.

     
    De grote stoepa van Sanchi in Madhya Pradesh is mogelijk het best bewaard gebleven boeddhistische monument uit de Klassieke Oudheid. Het heiligdom werd gesticht door keizer Asoka. De monumentale toegangspoorten tot de rondgang dateren waarschijnlijk uit de tijd van de Sungadynastie (2e-1e eeuw v.Chr.). De olifanten in het kapiteel van de zuilen zijn door de moderne Republiek India overgenomen als officieel embleem.

    De oudste boedhhistische en jainistische geschriften zijn voor historici een belangrijke bron voor de politieke situatie in de tijd van de Boeddha en Mahavira. Ze beschrijven naast de bevolking ook in detail de personen en gebeurtenissen die tot de stichting van het eerste keizerrijk leidden. Een opeenvolging van agressieve, militaristische dynasties van Magadha - een koninkrijk in de centrale Gangesvlakte - onderwierp tussen 500-350 v.Chr. één voor één de andere rijken in het gebied. Ze beschikten over nieuwe technieken zoals bepantserde strijdwagens en katapulten en een gestaag groeiend leger. Rond 400 v.Chr. beheerste Magadha het grootste deel van de Gangesvlakte. De Nandadynastie zou volgens Griekse bronnen een staand leger van 200.000 voetsoldaten en duizenden ruiters en krijgsolifanten hebben onderhouden.

    De eeuwen rond het begin van de christelijke jaartelling zagen "buitenlandse" invasies uit het westen. De nieuwelingen kwamen als veroveraars maar werden na hun komst geleidelijk geïntegreerd, een terugkerend thema in de Indische geschiedenis. Het Perzische Rijk strekte zich al aan het einde van de 6e eeuw v.Chr. tot in de Indusvallei. De Griekse invasie onder Alexander de Grote rond 327 v.Chr. stak de Indus over, maar zijn enorme rijk hield slechts een paar jaar stand. Het leidde echter tot een ongekende uitwisseling van technologie, cultuur en ideeën tussen oost en west. India nam realistische beeldende kunst over van de Indo-Griekse (hellenistische) kolonisten, die op hun beurt de Indische filosofie opnamen.

    De Nanda's werden rond 322 v.Chr. afgezet door Chandragupta Maurya, die over grote delen van India regeerde. Zijn adviseur Chanakya is mogelijk de auteur van de Arthashastra, een invloedrijke tekst over economie, krijgs- en staatkunde. De Arthashastra beveelt een strak geregeld bestuur aan, waarin de vorst handel en productie strak bestuurt. Alle surplus in een dergelijk rijk valt aan de vorst, die het gebruikt om het leger en een groot aantal controleurs en spionnen te onderhouden. Mogelijk gold de tekst als blauwdruk voor Chandragupta en zijn opvolgers, want zij breidden het rijk uit tot vrijwel geheel India was onderworpen onder een sterk gecentraliseerd bestuur. Chandragupta's kleinzoon Asoka regeerde over een rijk dat vrijwel geheel India besloeg. Asoka kreeg echter wroeging van de ellende die zijn militaire campagnes onder de bevolking aanrichtten. Uniek was dat Asoka zich daarop tot het boeddhisme bekeerde, geweld afzwoer, en dit besluit aan zijn onderdanen meedeelde in edicten, die hij verspreid over zijn rijk in zuilen of rotsen liet uitbeitelen. Asoka speelde een belangrijke rol in de verspreiding van het boeddhisme. De godsdienst wortelde in Sri Lanka en Afghanistan maar verdween in latere eeuwen geleidelijk uit India zelf.

    Niet lang na Asoka's dood in 232 v.Chr. viel het Mauryarijk uiteen. In de periode tussen de Maurya's (tot de 3e eeuw v.Chr.) en Gupta's (vanaf de 4e eeuw n.Chr.) was India politiek verdeeld over lokale dynasties en rijken. Vanuit het noordwesten vielen nieuwe groepen India binnen: in de 2e eeuw v.Chr. eerst Grieken vanuit Bactrië; daarna de Shaka's uit Centraal-Azië; en ten slotte in de 1e eeuw n.Chr. de Kushana. De laatsten vestigden een uitgestrekt rijk dat het noorden van India met Centraal-Azië verbond. Het Kushanarijk beheerste de lucratieve handel over de Zijderoute tussen het Romeinse Rijk, India en China. Onder de Kushana's bloeide deze handel op als nooit tevoren. De belangrijkste keizer, Kanishka, hielp het boeddhisme te verspreiden; andere keizers aanbaden hindoeïstische goden en sponsorden brahmanen.

    Ondanks de politieke verdeeldheid bloeiden de handel en uitwisseling van ideeën tussen India en de rest van de wereld. De staatsvorming en urbanisatie die aan het einde van de Vedische periode het noorden van India kenmerkten vonden nu versneld plaats in het midden en zuiden.[3] Griekse en Romeinse handelaren stichtten handelsposten langs de westkust van India, terwijl Zuid-Indiase handelaren hetzelfde deden langs de kusten van het Maleisisch schiereiland en Indochina in Zuidoost-Azië, waar ze de Indiase cultuur en religies verspreidden. Tijdens de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling reisden Indische filosofen, brahmanen, asceten en boeddhistische monniken noordwaarts over de Zijderoute naar Centraal-Azië en China, en over zee naar Zuidoost-Azië.

    Gandhara en Mathura waren belangrijke centra voor de beeldende kunst met hun eigen stijlen, die onder de Gupta's verder ontwikkelden. De eerste eeuwen n.Chr. zagen ook een bloei van de "klassieke" literatuur in het Sanskriet, met schrijvers als Asvaghosha, Bhasa en Kalidasa.

    De ineenstorting van het Kushanarijk rond 250-300 n.Chr. maakte de weg vrij voor de opkomst van de Gupta's in de Gangesvlakte. Dit was de laatste inheemse dynastie die - tussen de 4e en 6e eeuw - een rijk dat heel India omvatte regeerde. Het was een periode waarin de kunst en handel verder opbloeiden. Chinese pelgrims die India in deze tijd bezochten schreven dat er grote welvaart heerste. De klassieke Indiase kunst bereikte zijn hoogtepunt en zette de standaard voor later eeuwen. Invallen van steppevolkeren uit Centraal-Azië leidden echter ca. 520 tot de instorting van het Guptarijk.

     
    Erotisch reliëf op de muren van de Lakshmanatempel in Khajuraho (Madhya Pradesh). De tempels van Khajuraho werden tussen de 10e en 11e eeuw gebouwd door de Chandeladynastie, een van de machtigste Middeleeuwse Rajputdynastieën van het noorden van India. De Chandela's zijn vooral bekend wegens de erotische reliëfs van Khajuraho, die jaarlijks miljoenen bezoekers trekken.
     
    De omvang van het rijk van Rajendra Chola I, vorst van de Zuid-Indiase Chola's, rond het jaar 1030. De Chola's waren een van de weinige Indiase dynastieën die hun invloed over andere delen van de wereld verspreidden. Rajendra's invloed reikte tot overzeese gebieden als Pegu (Myanmar) en Sumatra.
    Middeleeuwen

    De Guptakeizer regeerde als "chakravartin" (draaier van het kosmische wiel), een belangrijke positie binnen de hindoeïstische kosmos. Deze positie werd bevestigd met door brahmaanse priesters uitgevoerde riten. Het Guptarijk had in tegenstelling tot het Mauryarijk geen sterk gecentraliseerd bestuur. Lokale heersers die werden overwonnen erkenden symbolisch de keizer als meerdere en werden daarna als vazal aangesteld over hun eigen gebied, dat ze met een hoge mate van autonomie bleven besturen. Dit patroon werd in de Middeleeuwen gekopieerd door de opvolgers van de Gupta's.

    Tussen de 6e en 11e eeuw kwamen tientallen rijken en dynastieën op om weer ten onder te gaan. Geen van die rijken bereikte de omvang van het voormalige Guptarijk. In plaats daarvan waren ze gelegen rond regionale centra van macht in het zuiden (onder andere Pallava's, Chola's en Pandya's), noordwesten (onder andere Pratihara's, Paramara's en Chandela's), oosten (onder andere Pala's en Sena's) en in de Dekan (Chalukya's, Rashtrakuta's en Hoysala's). Net als de Gupta's regeerden deze dynastieën vanuit een kerngebied. Capabele militaire vorsten waren in staat meer gebieden buiten dit kerngebied te onderwerpen, maar dergelijke gebiedsuitbreiding is vaak lastig te reconstrueren wegens de schaarste van goede bronnen. Meestal hield de gebiedsuitbreiding bovendien geen stand na het overlijden van de vorst.

    In de kerngebieden van de Middeleeuwse rijken ontstonden regionale centra voor kunst en cultuur, wat op zijn beurt de opkomst van regionale talen stimuleerde. Tegelijkertijd verschoof het zwaartepunt van de samenleving terug van de steden naar het platteland. Hiermee samenhangend vond de geboorte en opkomst van het "moderne" hindoeïsme plaats, een proces dat al onder de Gupta's was begonnen. In tegenstelling tot de Vedische offerdienst is in het "moderne" hindoeïsme bij de verering geen tussenkomst van een priester noodzakelijk, maar staat de persoonlijke band tussen de gelovige en godheid naar keuze centraal. Deze beweging wordt bhakti genoemd en verspreidde zich vanaf de 2e eeuw geleidelijk vanuit het zuiden over India. De priesterkaste bleef desondanks een sociale rol van betekenis spelen dankzij patronage en landgiften door de vorsten.

    De persoonlijke aard van bhakti trok de bevolking sterker dan de ingewikkelde mystieke ideeën van het jainisme of de rationele filosofie van het boeddhisme. Geleidelijk vond een teruggang van deze religies plaats. Er waren echter uitzonderingen: de Pala's van Bengalen waren een dynastie die het boeddhisme aanhingen en het naar Tibet hielpen verspreiden. Aan het einde van de Middeleeuwen was het boeddhisme echter vrijwel geheel uit India verdwenen. Het jainisme bleef een kleine minderheidsreligie.

    De islam werd geïntroduceerd door Arabische handelaren langs de westkust en een militaire expeditie van de Arabische veroveraar Muhammad bin Qasim naar Sind in 711. Arabische potentaten regeerden daarna bijna vijf eeuwen een deel van de Indusvlakte (in het huidige Pakistan) voordat er uit het westen grotere delen van India werden veroverd. Een serieuzere bedreiging ontstond pas in de 11e eeuw, toen Mahmud van Ghazni vanuit Afghanistan plundertochten in India organiseerde. Aan het begin van de 13e eeuw werd geheel Noord-India door de sultans van Delhi onderworpen. Tegen de oorspronkelijk uit Centraal-Azië afkomstige Turkse of Perzische bevelhebbers en hun snelle, goed bewapende ruiters en boogschutters kon opvallend weinig weerstand worden geboden.

    Onder het Sultanaat van Delhi zag het noorden van India in de 13e en 14e eeuw opnieuw een periode van culturele en economische bloei. Omliggende delen van India konden als doelwit van verdere plundertochten dienen. Het vooruitzicht van een rijke buit zorgde voor een grote toestroom van huurlingen uit de islamitische wereld. De sultans verdedigden Noord-India met succes tegen de Mongolen en plunderden het oosten en zuiden van India. Sultan Alauddin Khalji (regeerde 1297-1316) veroverde gebieden tot diep in het zuiden, maar het veroverde gebied in de Dekan raakte na Khalji's dood onafhankelijk (Bahmanidenrijk) en werd in de 15e eeuw verdeeld in de zogenaamde Dekansultanaten. Hoewel de vorst zich in het grootste deel van India niet langer radja maar sultan noemde, veranderde voor de bevolking weinig. De nieuwe heersers deden pogingen de islam onder hun hindoeïstische onderdanen te verspreiden, maar de bevolking bleek te talrijk voor massale bekering. Na verloop van tijd groeide er een zekere modus vivendi tussen moslims en hindoes. Slechts in enkele gebieden bekeerde een meerderheid van de bevolking zich tot de islam.

     
    Gravure uit een verslag van de Nederlandse spion en ontdekkingsreiziger Jan Huyghen van Linschoten, waarop "de koning van Cochin" op zijn krijgsolifant wordt omringd door zijn nayars (krijgers). Europese handelaren vestigden in de 16e eeuw langs de kust van India handelsposten en forten, waarvoor ze de goedkeuring van inheemse vorsten zochten.
     
    De Basiliek van Bom Jesus in Oud Goa. De zendeling en katholieke heilige Francisco Xavier ligt in de basiliek begraven. Hij ondernam vanuit Goa expedities naar Malakka, China en Japan. Nadat de stad Goa in 1510 door de Portugezen op de sultan van Bijapur werd veroverd groeide ze uit tot het "Parijs van het oosten". Het succes was kort van duur: epidemieën dunden de bevolking uit en het Portugese handelsmonopolie werd in de 17e eeuw door Nederlanders en Engelsen overgenomen.
    Vroegmoderne periode

    Aan de hegemonie van Delhi kwam een abrupt einde toen de Mongoolse krijgsheer Timoer Lenk in 1398 Delhi plunderde. Het sultanaat bleef daarna een regionale macht van belang maar kon geen aanspraak meer maken op de Dekan of het zuiden van India.

    Langs de westkust van India lagen diverse kleinere staten en staatjes die dankzij de handel met Europa tot grote welvaart konden komen. In dit gebied waren al sinds de Romeinse tijd christelijke groepen aanwezig (zogenaamd Thomaschristenen). Daarnaast hadden zich er Arabische handelaren gevestigd, aangetrokken door de goedkope exotische grondstoffen en ambachtsproducten in India. Ook werden vanaf de Middeleeuwen Afrikaanse slaven geïmporteerd, voornamelijk uit Ethiopië (siddi's).

    Terwijl de sultanaten van de Dekan uitgroeiden tot regionale centra van politieke macht, kunst en cultuur, ontstond in de 14e eeuw verder naar het zuiden Vijayanagara, een door brahmaanse vorsten bestuurd rijk. Vijayanagara wist zich tot de 17e eeuw tegenover de sultanaten van de Dekan staande te houden, onder andere door een leger van meestal Centraal-Aziatische, islamitische huurlingen in dienst te nemen. De komst van buskruit en kanonnen veranderde de oorlogsvoering.

    In 1498 landde de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama in India. De Portugezen doorbraken het Arabische monopolie op de handel met Europa. Ze vestigden tijdens de 16e en 17e eeuw diverse handelsposten langs de kust. De hoofdstad van Portugees-Indië, Goa, groeide uit tot een belangrijke metropool en centrum voor zowel de handel met Europa als de katholieke missie. De kustvestigingen Goa, Diu en Daman bleven tot in 1961 in Portugese handen. Maar de Portugezen werden in de 17e eeuw gevolgd door andere Europeanen, met name Engelsen, Fransen en Nederlanders, die georganiseerd waren in handelscompagnieën. De rijkdom van India trok veel Europese huurlingen en avonturiers die hun diensten aan de lokale heersers aanboden en zo hun fortuin hoopten te maken.

    Mogolrijk
     
    De Taj Mahal, het mausoleum dat keizer Shah Jahan liet bouwen voor zijn vrouw Mumtaz Mahal. De Taj Mahal werd voltooid in 1628. Het is een hoogtepunt in de Mogol-architectuur en een van de bekendste toeristische trekpleisters van India.

    In 1526 viel de Centraal-Aziatische veroveraar Babur het noorden van India binnen. Dankzij gebruik van kanonnen en snelle cavalerie kon hij met gemak de veel grotere legers van de laatste sultan van Delhi en diens Afghaanse en Rajputvazallen verslaan. Dit leidde tot de stichting van het Mogolrijk dat in de 16e en 17e eeuw het grootste deel van India besloeg. De Afghaanse elite legde zich niet direct neer bij het gezag van de nieuwkomers: de Mogols werden tussen 1540 en 1555 verdreven door Sher Shah Suri, die het leger en de infrastructuur hervormde. Hier profiteerden de Mogols later van. Baburs opvolger Hanuman heroverde India na een ballingschap in Perzië. Hij bracht Perzische kunstenaars en architecten mee. In India raakte de Perzische stijl versmolten met lokale kunstvormen, waardoor de unieke Mogolstijl ontstond.

    Het was Baburs kleinzoon Akbar (1556-1605) die het echte fundament legde voor twee eeuwen van Mogolheerschappij. Akbar was de Indiase tegenhanger van Europese absolute monarchen van de tijd zoals Louis XIV in Frankrijk of de Duitse keizer Karel V. Hij hervormde de belasting en voerde een effectief bestuurssysteem in. Hij was ook een vaardig militair leider die het rijk aanzienlijk uitbreidde, en hij wist door diplomatieke huwelijken de Rajputs voor zich te winnen en de laatste tegenstand onder de Afghanen te overkomen. Aanvankelijk voerde Akbar, net als zijn voorgangers, noodgedwongen een tolerante religieuze politiek om de hindoeïstische meerderheid van de bevolking niet te vervreemden. Dit groeide echter uit tot oprechte belangstelling in de uiteenlopende religies van zijn onderdanen. De keizer nodigde representanten van alle religies uit aan zijn hof maar besloot uiteindelijk dat geen enkele religie voldeed, zodat hij een eigen religie stichtte, die slechts bestemd was voor hemzelf en zijn belangrijkste hovelingen.

    Het efficiënte bestuur en de tolerante religieuze politiek brachten politieke stabiliteit en welvaart. Onder Akbars opvolgers Jahangir (1605-1627) en Shah Jahan (1628-1658) kwamen de nijverheid, handel en kunst tot grote bloei. De Taj Mahal, de graftombe die Shah Jahan voor zijn vrouw liet bouwen, wordt algemeen als hoogtepunt van de Mogolarchitectuur gezien. Andere kunsten die onder de Mogols opbloeiden waren de miniatuurschilderkunst, tuinarchitectuur, en de Perzische literatuur.

    Koloniale periode: de Britse Raj
      Zie ook het artikel Brits-Indië.

    Portugal was het eerste Europese land dat om Kaap de Goede Hoop zeilde en India bereikte. Zij vestigden daar de kolonie Goa. Vanaf de 17e eeuw begon Engeland de situatie in India te beïnvloeden. In 1676 vestigden ook de Fransen zich aan de oostkust van India bij Pondicherry, ten zuiden van Madras. Van 1858 tot 1947 werd India geregeerd als een onderdeel van het Britse Rijk.

    Onafhankelijkheid
      Zie geschiedenis van de Republiek India voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

    Een voornamelijk geweldloze opstand onder Mohandas Karamchand (Mahatma) Gandhi en Jawaharlal Nehru vormde een onderdeel van de weg naar onafhankelijkheid. Het Indiase subcontinent werd door de Britten verdeeld in de seculiere staat India en de kleinere moslimstaat Pakistan.

    India en Pakistan hebben sindsdien nog meerdere grensconflicten gehad. India greep ook in bij de burgeroorlog tussen West- en Oost-Pakistan in 1971, waarna het laatste gebied zichzelf afscheidde als het land Bangladesh. Tot op heden staan de verhoudingen tussen Pakistan en India op scherp en zijn de twee landen verwikkeld in een wapenwedloop.

    Nationale Feestdag

    Als nationale feestdag van India geldt de Dag van de Republiek (Engels: Republic Day). Op deze datum wordt gevierd dat in 1950 de grondwet van India in werking trad, na het verkrijgen van onafhankelijkheid van de Britse overheersing, 26 januari 1950 was de dag waarop de Government of India Act werd afgeschaft. Op deze dag werd India een democratische federale republiek.

    Kaart gebaseerd op Schwartberg (1992) Kulke & Rothermund 2004, p. 54 Keay 2000, ch. 1.6
    Read less

Phrasebook

Hallo
नमस्ते
Wereld
दुनिया
Hallo Wereld
नमस्ते दुनिया
Dank je
आपको धन्यवाद
Tot ziens
अलविदा
Ja
हाँ
Nee
नहीं
Hoe gaat het met je?
क्या हाल है?
Fijn, bedankt
ठीक धन्यवाद
Hoeveel is het?
यह कितने का है?
Nul
शून्य
Een
एक

Where can you sleep near India ?

Booking.com
482.420 visits in total, 9.174 Points of interest, 404 Bestemmingen, 10 visits today.