Ctesiphon (Perzisch: تیسفون / Tisphun) of Madain (Arabisch: المدائن) was de hoofdstad van het Perzische Rijk in de tijd van de Parthen (247 v.Chr. – 224 na Chr.) en Sassaniden (224 – 651). De stad ligt in Mesopotamië, nabij Bagdad in het huidige Irak. Tegenwoordig is Taq-i Kisra het enige bouwwerk in Ctesiphon dat nog gedeeltelijk overeind staat.
Een aantal malen werd de stad door de Romeinen ingenomen, in 116 door Trajanus en in 197 door Septimius Severus.
De Byzantijnen veroverden Ctesiphon eveneens enkele malen, maar gaven de stad ook steeds terug bij vredesonderhandelingen.
De koning van Perzië Khusro I bouwde hier een nieuw paleis. In 637 werd de stad veroverd door het Arabische leger van Sa'd ibn Abi Waqqas. De bevolking werd hierbij nagenoeg ongemoeid gelaten, maar de paleizen werden verwoest. Toen in 751 de nieuwe hoofdstad Bagdad gesticht werd, verhuisden de meeste inwoners daarnaartoe waarmee Ctesiphon een spookstad werd. Gedeeltelijk werden de verlaten gebouwen als steengroeve gebruikt om Bagdad en andere steden in de buurt op te bouwen en te onderhouden terwijl de rest tot ruïnes verviel. Van het paleis van Khusro staat nu nog een deel van het grote gewelf van de troonzaal overeind. Dit wordt de Taq-i Kisra, de Boog van Khusro, genoemd.
Reactie toevoegen