A Coruña (Spaans: La Coruña, Galicische en officiële naam: A Coruña) is een stad en gemeente in de Spaanse autonome regio Galicië. De stad ligt in het uiterste noordwesten van Spanje, aan de Atlantische Oceaan, en beslaat bijna 37 vierkante kilometer. A Coruña had op 1 januari 2020 een inwonertal van 247.604. Het is de hoofdstad van de provincie A Coruña maar niet van Galicië, dat is namelijk Santiago de Compostella. Ze is evenmin de grootste stad van deze regio, want dat is Vigo. A Coruña geldt als het economisch centrum van Galicië. De industrie is voornamelijk gericht op visserij en de daarbij behorende producten zoals maritieme navigatie of koelingsystemen voor het transport van vis en zeevruchten.
De eerste echte bewoners van A Coruña en omgeving waren de Keltische Ártabros, een van de volkeren die ongeveer 500 voor Christus Spanje en Portugal bewoonden. De Romeinen kwamen in de 2e eeuw v.Chr. in het gebied. In het jaar 62 v.Chr. arriveerde Julius Caesar in A Coruña, dat destijds "Brigantium" heette. Vanaf dat moment groeide de stad uit tot een haven die handelde met Frankrijk, Nederland en Engeland. Er werd onder andere metaal gevonden. Een duidelijk teken van de economische positie die Brigantium innam, is de vuurtoren van de stad (de Herculestoren), die werd gebouwd in de 1e eeuw na Chr.. Het is de enige Romeinse vuurtoren ter wereld die men in het begin van de 21e eeuw nog in zijn geheel kan zien.
MiddeleeuwenTijdens de middeleeuwen werd een groot deel van Spanje veroverd door de Moren die het nieuwe rijk Al-Andalus oprichtten. Het Arabisch gezag hield het in Galicië en A Coruña maar kort uit. Men vluchtte na korte tijd terug naar het zuiden, zowel door het sterke verzet van de Galicische bevolking als de grote Berberopstand. Het is zelfs niet geheel bekend of de moslims hier geweest zijn, want er zijn geen archeologische vondsten gedaan. Na het vertrek van de Moren hoorde A Coruña en heel Galicië weer bij het koninkrijk León en vanaf de 11e eeuw bij het koninkrijk Castilië.
In 1446 kreeg A Coruña haar officiële stadsrechten van koning Johan II van Castilië. In de 16e eeuw, tijdens de grote Spaanse kolonisatie en de zogenaamde Gouden Eeuw van Spanje liet koning Karel I van Spanje het "Casa de Contratación" in de stad bouwen. Dit gebouw werd het nieuwe administratieve hoofdkantoor voor de handel van kruiden en specerijen uit de Nieuwe Wereld. Als bescherming voor dit regeringsgebouw werd later het Castillo de San Antón gebouwd.
De 16e eeuw t/m 18e eeuwIn deze periode maakte Spanje een groot aantal oorlogen door, waardoor A Coruña met een economische recessie te maken kreeg. In de 16e eeuw ontstonden grote spanningen tussen aartsvijanden koning Filips II van Spanje en koningin Elizabeth I van Engeland. De Spaanse koning stuurde daarom de vloot genaamd Armada Invencible ('Onoverwinnelijke Vloot') in noordelijke richting, om Engeland aan te vallen. De Spanjaarden verloren hopeloos van de Engelsen in Het Kanaal, nadat veel van hun schepen in brand waren gestoken en ongeveer 2000 mannen om het leven kwamen. In 1589 kwam de Engelse tegenaanval op A Coruña. De Engelse koningin stuurde admiraal Francis Drake naar de stad om wraak te nemen op de Spaanse koning. De aanval werd afgeslagen, mede door de heroïsche inbreng van slagersvrouw María Pita. De Engelsen verlieten de stad op 19 mei 1589, nadat zij het klooster Santo Domingo, de vissershaven, en de wijk ‘Santo Tomás’ compleet hadden verwoest. Op een van de pleinen van A Coruña staat een standbeeld van deze heldin.
Tijdens de eerste helft van de 19e eeuw groeide het inwonertal van A Coruña aanzienlijk van 12.000 naar 20.000 inwoners in 1850. De stad werd in 1808 overigens wederom aangevallen, ditmaal door de Franse troepen van Napoleon Bonaparte. Galicië sloeg echter hard terug, en won op 16 januari 1809 de Slag bij Elviña, een van de belangrijkste gevechten van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De Engelsen waren Spanje hierbij te hulp gekomen. Tijdens een slag tussen de Engelsen en de Franse troepen sneuvelde generaal John Moore. Zijn graf ligt in een park midden in de oude stad.
Een aantal maanden later verlieten de Fransen Galicië voorgoed. Aan het einde van de 19e eeuw begon langzaam maar zeker de industrialisatie van A Coruña, en werd de basis gelegd van wat tegenwoordig het industriële centrum van Galicië is.
De 20e en 21e eeuwAan het begin van de 20e eeuw maakte A Coruña een sterke economische en demografische groei door. De stad breidde zich in oppervlakte enorm uit, de haven werd gemoderniseerd, er kwamen nieuwe industrieën de stad binnen, de openbare voorzieningen werden verbeterd en er werd een groot aantal nieuwe wijken en gebouwen geconstrueerd. Pas ver na 1990 er een aanzienlijke verbetering ingezet op het gebied van de infrastructuur, sportvoorzieningen en is geïnvesteerd om de stad en diens omgeving toeristisch aantrekkelijker te maken.
Reactie toevoegen