Kilmainham Gaol (Iers: Príosún Chill Mhaighneann) is een voormalige gevangenis in de buitenwijk Kilmainham in Dublin (Ierland). Het is nu een museum. Veel Ierse vrijheidsstrijders werden hier door de toenmalige machtshebbers, de Britten, gevangengezet en in deze gevangenis terechtgesteld. Onder hen waren de leiders van de Paasopstand van 1916, zoals de dichters Patrick Pearse, Joseph Plunkett en Thomas MacDonagh, en esperantist James Connolly. Maar ook Iers president en voorzitter van de Volkenbond Éamon de Valera en suffragette en Teachta Dála Constance Markievicz zaten er gevangen.
Toen Kilmainham Gaol in 1796 werd gebouwd, heette ze de New Gaol om haar te onderscheiden van de oude gevangenis die ze moest vervangen – een luidruchtige kerker, op slechts een paar honderd meter afstand van de huidige plek. Zij heette toen officieel County of Dublin Gaol (Gevangenis van het graafschap Dublin) en werd gerund door de Grand Jury for County Dublin (het hooggerechtshof van dit graafschap).
Oorspronkelijk vonden er in Kilmainham ook openbare ophangingen plaats, aan de voorkant van de gevangenis.[1] Maar vanaf de jaren twintig in de 19e eeuw was hun aantal beperkt.[1] Toen deze executies een minder openbaar karakter kregen, bouwde men in 1891 voor dit doel een kleine cel binnen de gevangenis. Die bevindt zich op de eerste verdieping, tussen de westelijke en de oostelijke vleugel.
Er was geen scheiding van gevangenen; mannen, vrouwen en kinderen werden allemaal samen opgesloten tot 5 personen in elke cel, met slechts één enkele kaars voor licht en warmte. Het grootste deel van hun tijd brachten de gevangenen in de kou en in het donker door en met elke kaars moesten zij twee weken doen. De cellen waren ongeveer 28 vierkante meter groot.[1]
Kinderen werden soms gearresteerd voor kleine diefstallen. De jongste gevangene ooit schijnt zeven jaar te zijn geweest.[1] Veel van de volwassen gevangenen werden naar Australië gebracht met zogenaamde ‘penal transports’, transporten naar strafkolonies.
De slechte omstandigheden waarin vrouwelijke gevangenen in Kilmainham Gaol werden vastgehouden, lieten hun sporen na in de ontwikkeling van volgende generaties. Al in 1809 meldde de inspecteur dat mannelijke gevangenen werden voorzien van ijzeren ledikanten, terwijl vrouwen "op stro lagen op de plavuizen in cellen en gemeenschappelijke ruimten". Een halve eeuw later was er weinig verbeterd. De vrouwenafdeling, gelegen in de westelijke vleugel, bleef overvol. In een poging om deze overbevolking te verminderen, werden er in 1840 30 vrouwencellen bijgebouwd.[2] Deze verbeteringen werden echter vlak voor de Ierse Hongersnood ingevoerd en vervolgens werd Kilmainham alsnog overspoeld ten gevolge van een toename in het aantal gevangenen.
↑ a b c d (en) Kilmainham Jail, Dublin. Tourist-information-dublin.co.uk. Gearchiveerd op 14 september 2019. Geraadpleegd op 28 juni 2013. ↑ (en) Cooke, A History Of Kilmainham Gaol. Brunswick Press Ltd, The Office of Public Works (2014). ISBN 0 7076 0479 6 ""A decisive effort at improvement was at last made in 1840. The Grand Jury made a sum of £1,550 available to supply an additional 30 female cells."" (In 1840 maakte de Grand Jury £ 1 550 vrij om 30 vrouwencellen te faciliteren.)
Reactie toevoegen